Blog · 1 augustus 2026
Bladgroenten telen: sla, spinazie en andijvie
Zaai, dun en oogst je eigen sla, spinazie en andijvie: welke plek ze willen, wanneer je snijdt en hoe je ze het hele seizoen door laat groeien.
Bladgroenten telen: sla, spinazie en andijvie
Bladgroenten zijn de snelste oogst die je kunt hebben. Je zaait, je wacht een paar weken, en je snijdt al. Juist omdat het snel gaat, valt er ook snel iets om: het blad wordt bleek, de plant schiet door, of er blijft niets over van je rij. Bijna altijd ligt dat aan de plek of aan het water, niet aan het zaad.
Dit stuk gaat over wat je doet vanaf het moment dat je zaait tot het moment dat je snijdt. De gewassen zelf — sla, spinazie, andijvie, en wat je er nog naast kunt zetten — komen steeds terug, want ze stellen net andere eisen.
Zon en schaduw
De meeste groenten die je om hun blad teelt, hebben minder zon nodig dan een tomaat of een courgette. Een plek met 3 tot 6 uur zon per dag is voor hen genoeg, en dat is precies het verschil dat een tuin met een schutting of een rij bomen werkbaar maakt.
Kijk voordat je zaait waar het licht valt. Loop op een heldere dag drie momenten langs je tuin en noteer waar de zon staat en waar de schaduw. Zo herken je de vaste zones: het stuk dat de hele dag licht krijgt, het stuk met alleen ochtend- of middagzon, en de rand die in de schaduw blijft.
Zet de gewassen die warmte en beschutting willen — tomaten, paprika, courgette — in het zonnigste deel. De bladgroenten mogen in de halfschaduw. Ze groeien daar rustiger, en dat is geen nadeel: bij te veel hitte schieten ze juist door en wordt het blad taai.
De bodem klaarmaken
De meeste groenten groeien graag bij een pH tussen 6 en 7. Bladgroenten vragen daarnaast vooral om een bodem die vocht vasthoudt. Een laag compost door de bovenste centimeters werkt, en een verhoogd bed maakt het verschil nog groter: je hebt meer controle over de grond die je erin doet.
Voor de meeste tuinen werkt een hoogte tussen 20 en 40 centimeter prima. Ga je hoger, dan warmt de grond sneller op — prettig voor gewassen die warmte willen, minder prettig voor bladgroenten die in de zomer juist koel willen blijven.
Zet om een verhoogd bed een rand van 5 tot 15 centimeter, genoeg om het gras tegen te houden zonder dat je een muur bouwt. Zo houd je het onkruid van de paden uit je bed.
Zaaien en dunnen
Zaai in rijen, niet in één breed strooi. In een rij kun je later schoffelen tussen de plantjes zonder de wortels te raken, en dat scheelt je een hoop handwerk.
Zaai dun. Te veel zaad lijkt onschuldig, maar de plantjes die op elkaar groeien blijven allemaal klein, en dan kun je alsnog gaan uitdunnen met de wortels van de buren in de war.
Dun uit zodra de plantjes een paar centimeter hoog zijn. Laat de sterkste staan en trek de rest weg. Eet wat je weghaalt op: de jonge blaadjes zijn het zachtste dat je die maand uit de tuin haalt.
Zaai liever elke twee weken een korte rij dan één lange rij in het voorjaar. Zo heb je maanden achter elkaar jonge bladgroenten in plaats van één keer zo veel dat je het niet op kunt.
Water geven
Blad is water. Een plant die om zijn blad wordt geteeld, reageert direct op droogte: het blad wordt dun, bleek of taai. Geef daarom gelijkmatig water en niet in pieken.
Water in de ochtend, aan de voet van de plant. Nat blad in de avond blijft nat tot de volgende dag, en dat is precies waar schimmels op afkomen. Raakt het blad toch nat, zorg dan dat er wind langs kan: plant niet dichter dan nodig.
Onder een laag mulch blijft het vocht langer zitten en komt er minder onkruid op. Stro of gemaaid gras werkt allebei; leg het niet tegen de stam.
Oogsten
Je hoeft niet te wachten tot een plant klaar is. Snijd bij sla en andijvie het buitenste blad en laat het hart staan, dan loopt de plant opnieuw uit. Trek je de hele plant in één keer los, dan is het bed leeg en moet je opnieuw beginnen.
Oogst in de ochtend. Dan staat er het meeste water in het blad en blijft het in de koelkast het langst goed. Was pas vlak voor het eten: gewassen blad bederft sneller.
Laat een plant niet te lang staan. Zodra er een stengel omhoog komt uit het hart, gaat de plant bloeien en wordt het blad bitter. Dat is het moment om te oogsten, niet om te wachten.
Slakken, rupsen en vogels
Slakken zijn de grootste vijand van jong blad. Ze werken ’s nachts, dus je ziet overdag alleen het resultaat. Ga een keer met een zaklamp naar buiten en je weet waar ze zitten.
Rupsen en vogels pikken aan jonge kiemplanten. Een fijn net of wat gaas over de rij tot de planten stevig zijn, scheelt je de hele eerste oogst. Verwijder het zodra de planten groot genoeg zijn om zelf te blijven staan.
Bladluis op de jonge scheuten verdwijnt meestal vanzelf als er lieveheersbeestjes komen. Spuit niet meteen; je haalt dan ook de hulp weg.
Wat uit de grond gaat, moet er terug in
Elke keer dat je een plant oogst, verdwijnt er voeding uit de grond. Bij bladgroenten gaat het hard, want je neemt het hele blad mee.
Vul dat aan met compost in het voorjaar en met wat voeding als een rij na de oogst niet meer op gang komt. Zet ook geen gewas uit dezelfde groep telkens op dezelfde plek: de ziektekiemen die van deze gewassen leven, bouwen zich daar op, en een plek die een jaar met iets anders bezet is, raakt ze kwijt.
Houd je bedden en paden gescheiden en teken je indeling aan het begin van het seizoen. Wie in april weet waar alles komt, staat in juli niet te puzzelen met wat nog kan.
Labels: bladgroenten
Bronnen
- Moestuin beginnen: stappenplan, valkuilen en pro tips — opgehaald op 9 oktober 2026
- Moestuin ophogen en afbakenen: een complete gids voor een gezonde en productieve tuin- Tuinadvies Nederland — opgehaald op 9 oktober 2026
- Moestuin indeling: kies de beste plek voor elk gewas op basis van zon en schaduw — opgehaald op 9 oktober 2026