Blog · 1 juni 2026
Ui en look telen
Van pootui tot knoflookteen: wanneer je plant, hoe diep je de grond losmaakt, hoeveel ruimte elk plantje krijgt en wanneer je oogst.
Ui en look telen
Ui, knoflook, prei en sjalot zijn familie van elkaar. Ze groeien allemaal om hun bol of om hun schacht, ze verdragen geen natte voeten, en ze hebben allemaal een lange adem nodig: je plant ze vroeg en je oogst ze laat.
Het mooie van deze groep is dat je het hele jaar door kunt oogsten als je een beetje plant. Voorjaarsui, zomerui, winterui en knoflook vullen elkaar aan. Wat je in februari in de grond zet, staat in juli op je bord; wat je in oktober poot, is er in het vroege voorjaar.
Zon en grond
Deze gewassen hebben minstens 5 uur zonlicht per dag nodig. Een bed in de halfschaduw levert wel groen op, maar geen bol die je kunt bewaren.
De grond moet los zijn en water doorlaten. Maak de bovenlaag goed los voordat je plant, en werk er compost door. Een losse grond is het halve werk: een ui die zijn wortels niet kwijt kan, blijft klein.
Werk niet met verse mest. Daarvan groeit het loof weelderig en blijft de bol achter, en dat is precies het tegenovergestelde van wat je wilt.
Planten of zaaien
Je hebt de keuze tussen pootgoed en zaad, en het verschil is vooral tijd. Pootgoed zet je in de grond en groeit meteen door; uit zaad duurt het meestal een seizoen langer voordat je een bol hebt.
Pootgoed is de eenvoudigste weg. Je plant de bolletjes met het puntje net boven de grond, en je hebt binnen een paar maanden een ui. Voor een eerste jaar is dat de weg met de minste verrassingen.
Zaad geeft je meer soorten om uit te kiezen en is goedkoper, maar het vraagt meer geduld. Je zaait binnen voor, plant uit als de plantjes stevig zijn, en oogst in een later seizoen.
In beide gevallen geldt: plant niet te diep. De bol hoort op de grond te rusten, niet eronder.
Plant ook niet alles in één keer. Zet een rij voor het vroege gebruik en een rij voor de bewaring; de eerste oogst je jong en eet je meteen op, de tweede laat je afrijpen en drogen.
Ruimte per plant
De afstand bepaalt hoe groot je oogst wordt. Zet de plantjes 20 centimeter uit elkaar en laat 30 centimeter tussen de rijen; zo krijgt elke plant genoeg grond om zijn bol te vullen.
Voor kleinere soorten, zoals een zilveruitje, mag het dichter. Reken op 5 centimeter tussen de plantjes. Kleine uien blijven klein omdat ze weinig ruimte hebben, niet omdat ze niet anders kunnen.
Zet uien niet op een bed dat breder is dan je van beide kanten kunt bereiken. Een bed van 1,20 meter breed is voor de meeste tuinen de praktische grens: je komt van beide kanten bij het midden.
Water en voeding
Geef gelijkmatig water en laat de grond niet uitdrogen. Uien hebben een ondiep wortelstelsel, dus ze hebben niets aan een diepe plens die langs hun wortels zakt.
Stop met water geven als het loof begint af te sterven. Vanaf dat moment rijpt de bol, en te veel water in die fase kost je de bewaring.
Voed bij met kalium in de laatste weken voor de oogst. Kalium helpt de bol dikker worden, en een handje per vierkante meter is genoeg.
Knoflook
Knoflook poot je in het najaar, niet in het voorjaar. De teen krijgt dan de kou mee die hij nodig heeft, en loopt in het vroege voorjaar meteen uit.
Zet de tenen met het puntje omhoog, niet te diep, en met genoeg ruimte ernaast om uit te groeien. Mulch het bed met blad of stro; dat houdt de vorst uit de grond en het onkruid tegen.
Knip in het voorjaar de bloemknop weg als die komt. De plant steekt anders zijn energie in de bloem in plaats van in de bol.
Knoflook oogst je in de zomer, eerder dan de ui. Laat hem niet staan tot het loof helemaal verdord is: op het moment dat de buitenste bladeren bruin worden en de binnenste nog groen zijn, is de bol op zijn best.
Oogsten en drogen
Oogst als het loof omvalt en geel wordt. Dat is het moment waarop de bol klaar is; wacht je langer, dan gaat de huid scheuren en gaat de ui rotten in de bewaring.
Trek de planten niet aan het loof uit de grond bij nat weer. Steek ze los met een vork, dan blijft de bol heel.
Laat de oogst een paar dagen drogen op een droge, luchtige plek voordat je hem opbergt. Bewaar de bollen daarna koel en droog, in een kist of in een net, niet in een gesloten zak.
Waarom dezelfde plek niet werkt
De plagen die deze gewassen treffen, blijven in de grond achter. Uien, knoflook, sjalot en de koolgewassen verdragen het slecht om snel terug te komen: waar de standaardwachttijd voor de meeste gewassen enkele jaren is, wordt voor deze groep een langere periode aangehouden.
Dat betekent niet dat je ze nooit meer kunt telen, wel dat je ze moet laten rouleren. Plan ze in een vaste volgorde over je bedden en houd bij waar ze stonden.
Zet ook niet een te groot deel van de tuin vol met één gewas. Een monocultuur geeft een ziekte de ruimte om zich op te bouwen, terwijl een gemengde tuin diezelfde ziekte laat doodlopen.
Schrijf de volgorde op voordat je plant. Wie in het najaar de tenen poot, moet dan al weten welk bed volgend jaar aan de beurt is.
Labels: allium
Bronnen
- Wisselteelt, wat is het en hoe werkt het? (met schema's) - Gardeners World — opgehaald op 9 oktober 2026
- Vruchtwisseling, een must voor elke moestuin en kas — opgehaald op 9 oktober 2026
- Uien kweken - Mijn 4 favoriete teelten en 3 teelwijzen – PLUKKERS — opgehaald op 9 oktober 2026
- Plan moestuin: weinig ruimte, hoge opbrengst en een slim teeltplan — opgehaald op 9 oktober 2026