Naar de inhoud
moestuinwijs

Naslagwerk · 9 oktober 2026

Ui en look: de wortelgewassen in je wisselteelt

Hoe ui en look functioneren als wortelgewassen in je wisselteelt, en waarom ze bij elkaar horen.

la riviere · CC BY 2.0 · bron

Ui en look: de wortelgewassen in je wisselteelt

Je plant ui en look niet zomaar naast elkaar. Je kiest ze omdat ze biologisch verwant zijn en dezelfde eisen stellen aan de grond. In de wisselteelt groeperen we gewassen op basis van hun wortelstructuur en voedingsbehoefte. Ui en look horen bij de groep van de wortelgewassen. Ze nemen voeding op uit de bovenste laag van de grond en hebben een relatief ondiep wortelstelsel.

Waarom ze bij elkaar horen

De reden dat ui en look in dezelfde wisselteeltgroep vallen, is hun gedeelde positie in de familie van de lammoorkruiden. Ze hebben een vergelijkbare groeiwijze: een bolvormige ondergrondse structuur die opgeslagen voeding bevat. Voor de tuin betekent dit dat ze dezelfde ziekten en plagen aantrekken. Als je ze in hetzelfde bed plant, loop je het risico dat een schimmel of een worm zich van de ene naar de andere plant verspreidt.

In het zaaisysteem van Makkelijke Moestuin wordt ui expliciet als ‘lente-ui’ gecategoriseerd in de familie Wortel, samen met wortel en bieten. Deze indeling is niet willekeurig. Het signaleert dat deze gewassen dezelfde bodemlaag exploiteren. Door ze in dezelfde wisselteeltcyclus te plaatsen, voorkom je dat je na een jaar ui weer ui plant op dezelfde plek. Dat zou de grond uitputten en de kans op ziekten vergroten.

De rol in je bedindeling

Je bedden indelen vaak in vierkante vakken van 1 meter bij 1 meter. In deze vakken plan je gewassen die goed samenwerken. Ui en look zijn compacte gewassen die weinig ruimte nodig hebben. Ze passen goed in kleinere eenheden binnen je raster, bijvoorbeeld in vakjes van 30 bij 30 cm.

Volgens de richtlijnen voor kleine moestuinen kun je per 10 vierkante meter een mix van gewassen maken. Ui en look zijn ideaal voor de randen van je bedden of voor de overgang tussen zware eters en lichtere gewassen. Ze nemen minder stikstof op dan bijvoorbeeld tomaten of bonen, maar ze hebben wel een constante voeding nodig. Door ze in de wisselteelt te plaatsen, zorg je dat de grond na een jaar wortelgewassen weer kan herstellen voordat je er weer wortelgewassen in plant.

Praktische toepassing in de wisselteelt

Je wisselteeltcyclus bestaat uit drie fasen. In de eerste fase plant je gewassen die veel stikstof opnemen, zoals tomaten. In de tweede fase plant je gewassen die stikstof vastleggen, zoals bonen. In de derde fase plant je wortelgewassen, zoals ui en look. Deze gewassen nemen voeding op uit de bodem zonder de grond zwaar te belasten met ziekten die specifiek voor bladgroenten of nachtschade zijn.

De CropMix resultaten tonen aan dat gewasdiversiteit belangrijk is voor een gezonde tuin. Hoewel de focus daar op bonen en bieten lag, bevestigt het principe dat je gewassen moet wisselen om de bodemstructuur te behouden. Ui en look zijn hierin geen uitzondering. Ze zijn de afsluiting van je cyclus. Na een jaar ui en look, plant je in het volgende jaar weer zware eters.

Soms is minder meer

Je hoeft niet elk jaar ui en look te planten. Soms kies je voor andere wortelgewassen, zoals wortel of biet, om de variatie te behouden. Maar als je ui en look kiest, weet je dat ze bij elkaar horen. Ze delen hun biologische achtergrond en hun eisen aan de grond. Door ze in dezelfde wisselteeltgroep te plaatsen, houd je je tuin gezond en je bodem vruchtbaar.

De warmte van de tuin zit in de variatie. De precisie zit in de keuzes die je maakt op basis van biologie. Ui en look zijn een voorbeeld van hoe je gewassen kunt groeperen op basis van hun wortelstructuur. Je kiest ze niet omdat ze lekker smaken, maar omdat ze passen in het ritme van je wisselteelt. Zo zorg je dat je tuin jaar na jaar in balans blijft.