Naar de inhoud
moestuinwijs

Hoe begin ik een moestuin: 12 stappen van plek tot plan · les 1 van 12

De plek kiezen: zon, bereikbaarheid en bodem

Je bepaalt waar je tuin komt op basis van zonuren, afstand tot huis en bodemkwaliteit.

niiicedave · CC BY 2.0 · bron

Je kiest de plek voor je moestuin voordat je de eerste zaailing in de grond zet. De locatie bepaalt hoeveel licht je gewassen krijgen, hoe vaak je er naar toe kunt lopen en of de bodem geschikt is voor wortelgroei. Een verkeerde plek is een van de meest gemaakte fouten bij beginners, omdat het later lastig is om een tuin te verplaatsen.

Zonlicht meten

De meeste groenten hebben minstens zes uur direct zonlicht per dag nodig om goed te produceren. Sommige bladgewassen doen het prima met minder licht, maar vruchtgroenten zoals tomaten vragen om meer. Je meet de zon niet op één dag, maar op minstens drie verschillende dagen bij voorkeur zonnig weer. Noteer waar direct zonlicht valt en waar schaduw blijft, bijvoorbeeld om 9:00, 12:00 en 15:00 uur.

Combineer deze aantekeningen om vaste zones te herkennen. Je zoekt plekken die elke dag minimaal zes uur zon krijgen, plekken met alleen ochtend- of middagzon, en blijvende schaduwplekken. Een hoge haag of bomen kunnen vaste schaduw werpen; een open border geeft vaak volle zon tussen 11:00 en 15:00 uur.

Bereikbaarheid

Een moestuin die ver van huis staat, wordt minder vaak bezocht. Je wilt de tuin elke dag zien, zodat je snel kunt ingrijpen bij problemen of gewoon een salade kunt plukken. Kies een plek die makkelijk te bereiken is, zodat je de tuin in de gaten houdt zonder dat het een tochtje wordt.

Bodem en grootte

De bodem moet drie dingen tegelijk doen: water vasthouden zonder nat te blijven, lucht bij de wortels laten en voeding leveren. Reken op een zuurgraad van 6 tot 6,5 op lichte gronden en 6,5 tot 7 op zware gronden. Voor een eerste jaar is tien tot vijftien vierkante meter ruim voldoende. Maak de bovenste 25 tot 30 centimeter los met een spitvork, haal de wortels van meerjarig onkruid eruit en werk bodemverbeteraar door die laag.

Maak je bedden niet breder dan 1,20 meter als je er van twee kanten bij kunt, of 60 centimeter als je er maar van een kant bij kunt. Dit zorgt ervoor dat je altijd de andere zijde kunt bereiken zonder op de grond te stappen.

Indeling per zone

Verdeel je tuin in zones op basis van licht. In de zone met volle zon, bijvoorbeeld aan de zuidzijde, plant je tomaten, paprika en basilicum. In de halfschaduw, in het midden, zet je sla, spinazie en radijs. In de schaduwrand, bijvoorbeeld naast een schutting, groeien peterselie, munt en bieslook goed.

Gebruik verplaatsbare bakken of potten voor één- of tweemaandse teelten om optimaal licht te benutten. Dit is vooral handig als je tuin niet overal evenveel zon heeft. Door slim te indelen, geef je elk gewas de juiste omstandigheden mee van het begin af aan.