Naar de inhoud
moestuinwijs

Hoe begin ik een moestuin: 12 stappen van plek tot plan · les 10 van 12

Ziekten en plagen herkennen in je moestuin

Leer de meest voorkomende tuinvijanden herkennen en beheers ze met preventie en natuurlijke middelen.

The Local People Photo Archive · CC BY 2.0 · bron

Je hebt je gewassen geplant en de bodem bereid, maar de natuur staat niet stil. Ziekten en plagen zijn een vast onderdeel van het tuinieren. Het goede nieuws is dat je de meeste problemen kunt voorkomen door de biologie van je tuin te begrijpen. In deze les leer je de klassieke vijanden herkennen en wat je eraan doet.

De kracht van preventie

De eerste stap tegen plagen is voorkomen dat ze zich vestigen. Een van de effectiefste methoden is vruchtwisseling. Als je elk jaar dezelfde gewassen op dezelfde plek zet, blijven ziekteverwekkers en plagen in de bodem aanwezig. Door de gewassen te verplaatsen, breek je hun levenscyclus.

Volgens De Bolster schuift elke gewasgroep elk jaar één vak door in je rotatieplan. Werk je met zes vakken, dan begint de cyclus na zes jaar opnieuw. Dit geldt vooral voor gewassen die gevoelig zijn voor bodemziekten, zoals kolen en aardappelen. DCM raadt aan om kolen (en aardappelen) pas na 6 à 8 jaar terug te zetten op dezelfde plek. Door deze wisseling geef je de bodem de tijd om te herstellen en verminder je de kans op een uitbraak van schimmels of aaltjes.

Bladluizen en hun natuurlijke vijanden

Bladluizen zijn een van de meest voorkomende plagen. Ze zuigen het sap uit jonge scheuten en bladeren, wat leidt tot verschrompeling en vertraagde groei. In plaats van direct chemische middelen in te zetten, kun je gebruikmaken van natuurlijke predatoren.

DCM wijst op de larven van het inheemse, tweestippelige lieveheersbeestje. Deze larven zijn echte veelvraten: één larf eet per dag makkelijk 100 bladluizen op. Door een diversiteit aan bloemen in je tuin te planten, trek je deze nuttige insecten aan. Ze vinden er nectar en pollen, en blijven daardoor in de buurt om de bladluizenpopulatie in toom te houden.

Waterbeheer en schimmelziekten

Veel schimmelziekten, zoals bot en vlekkenziekten, worden veroorzaakt door een combinatie van vocht en warmte. Als je water geeft, zorg er dan voor dat je dit ’s ochtends doet. Zo drogen de bladeren tijdens de dag op, wat de kans op schimmelsvorming verkleint.

DCM adviseert om in de kas 1 à 2 keer per week water te geven. Doe dit bij voorkeur ’s ochtends. Strooi daarnaast mulch tussen de planten. Mulch houdt de vocht in de bodem vast en voorkomt dat de grond uitdroogt, maar het zorgt er ook voor dat er minder spatten van nat aarde op de bladeren komen. Dit verlaagt de kans op overdracht van ziekteverwekkers van de bodem naar de plant.

Slakken en naaktslakken

Slakken en naaktslakken zijn vooral een probleem voor jonge zaailingen en bladgroenten. Ze eten gaten in de bladeren en kunnen jonge planten volledig verwoesten. Je kunt ze bestrijden met natuurlijke middelen.

DCM noemt aaltjes tegen naaktslakken als een biologische optie. Daarnaast zijn er slakkenkorrels die je kunt strooien. Houd er rekening mee dat je gewasbeschermingsmiddelen, ook de biologische varianten, veilig moet gebruiken. Volg altijd de instructies op de verpakking.

Phytophthora bij tomaten

Tomaten zijn gevoelig voor Phytophthora, een schimmelziekte die vooral in natte en koele perioden optreedt. Diana’s Mooie Moestuin benadrukt het belang van resistent rassen. Ze experimenteert met Phytophthora-resistente tomaten om de kans op infectie te verkleinen.

Bij Phytophthora zie je bruine vlekken op de bladeren die snel groter worden. De onderkant van het blad kan een witte of grijze schimmel laag vertonen. Verwijder besmette bladeren direct en verbrand ze. Geef je tomaten voldoende ruimte tussen de planten voor goede luchtcirculatie.

Conclusie

Het beheersen van ziekten en plagen gaat om waarnemen en voorkomen. Door vruchtwisseling toe te passen, water op het juiste moment te geven en natuurlijke vijanden aan te trekken, houd je de meeste problemen op afstand. Als je toch plagen ziet, kies dan voor gerichte, milde maatregelen in plaats van breedwerkende middelen. Zo blijft je tuin gezond en in balans.