Naar de inhoud
moestuinwijs

Hoe begin ik een moestuin: 12 stappen van plek tot plan · les 6 van 12

Jonge planten afharden en uitplanten

Leer hoe je zaailingen stap voor stap aan de buitenlucht went en ze op de juiste plek in de grond zet.

Region 5 Photography · CC BY 2.0 · bron

Je hebt je zaailingen binnen opgekweekt. Ze staan op een lichte plek, maar de buitenlucht is een andere wereld. Zon, wind en koelere nachten kunnen een kwetsbaar plantje snel overrompelen. Om die schok te voorkomen, ga je je planten afharderen. Dit is een proces van 7 tot 14 dagen waarin je ze geleidelijk aan de buitenomstandigheden went (Tuinland, Oogst).

De afhardingsfase

Begin dit proces ongeveer 7 tot 10 dagen voordat je de planten definitief wilt uitplanten (Tuinland). Je bouwt de tijd buiten en de lichtintensiteit op in fasen.

In de eerste twee dagen zet je de planten op een beschutte plek in de schaduw. Laat ze daar maximaal 2 tot 3 uur staan (Tuinland). Kies een bewolkte, windstille dag voor deze eerste stap. In de volgende dagen verleng je de tijd buiten elke dag met een paar uur. Rond dag 6 tot 8 mogen de planten ook in de directe zon, mits ze er nog fris en stevig uitzien (Tuinland).

Let op de nachten. Voor tropische planten zoals tomaten en pepers moeten de nachten zacht genoeg zijn, boven de 10 graden, voordat je ze ’s nachts buiten laat staan (Tuinland). Na een dag of tien zijn je planten ‘geharde’ buitenmensen geworden (Tuinland).

De juiste timing

Wanneer je precies uitplant, hangt af van het gewas en de bodemtemperatuur. Voor tomaten wacht je tot na de laatste vorst, wanneer de bodemtemperatuur minimaal 12 tot 15 graden is (Oogst). Paprika’s zijn nog gevoeliger voor kou; plant deze pas uit in mei of juni, wanneer de bodem minimaal 15 tot 18 graden is (Oogst).

Koolsoorten zijn vorstbestendiger. Je kunt deze 1 tot 2 weken voor of na de laatste vorst uitplanten, afhankelijk van het ras (Oogst). Sla plant je direct na de laatste vorst uit, of iets eerder bij koelere rassen (Oogst).

Uitplanten in de grond

Voordat je gaat planten, bereid je de grond voor. Werk de bovenste 20 tot 30 cm grond licht door met goed verteerde compost of stalmest (Oogst). Maak een gat dat net groot genoeg is voor de kluit.

Bij tomaten plant je dieper dan bij andere gewassen. Je plant tot aan het eerste echte bladpaar, zodat er wortels ontstaan langs de ingebrachte stengel (Oogst). Houd bij tomaten een afstand van 50 tot 70 cm tussen de planten aan (Oogst). Bij paprika’s houd je een afstand van 40 tot 50 cm aan (Oogst).

Voor koolsoorten is een afstand van 40 tot 60 cm gangbaar (Oogst). Sla plant je op 20 tot 30 cm van elkaar, met een rijafstand van 30 tot 40 cm (Oogst).

Na het uitplanten

Na het uitplanten geef je de planten water, maar houd de bodem niet te nat. Een vochtige bodem helpt de wortels om zich te vestigen, maar waterovermaat kan schimmels bevorderen. Bescherm jonge tomaten en paprika’s bij koele nachten eventueel met een dekje of folie (Oogst).

Bij koolsoorten bescherm je de planten tegen koolvlieg en slakken. Gebruik bij rupsen een vogelnet (Oogst).

Je hebt nu je planten veilig de tuin ingebracht. In de volgende les kijk je hoe je de groei in de gaten houdt en hoe je onkruid onder controle houdt.